Eencellige nestelen door elkaar op te zoeken.
Van één worden zij meer dan één. En dan samen nog meer.
Rondom het nest Nesteldrift nestelen eencellige. Ik zag ze al eerder parmantig op een stronk staan vlak voor het nest Nesteldrift. Ik stak er toen, een beetje baldadig, een veer in. Dit deed ik op 29 juli om precies te zijn. Iets aan de gele parmantige zwelling van deze eencellige op de stronk maakte dat ik zin kreeg er iets in te steken.
De veer.
Ik zie dat dit de nesteling van een volgende veer heeft uitgelokt want nu steekt er nog een veer in de stronk. Maar de eencellige zijn vertrokken. Ze zijn gaan wandelen. Dat schijnen ze dus te doen, die eencellige. Dan gaan ze aan de wandel. Dit is ook te zien want dit wandelen laat een slijmerig spoor achter. Mocht je willen, kun je achter ze aan.
En nu hebben ze zich genesteld in een andere stronk. Minder parmantig, eerder wat verscholen als een stukje mos in een spleet.
Het ziet er zacht uit.
Ik heb even geaaid, heel zachtjes.
Deze eencellige worden Heksenboter genoemd.
De Fuligo septica.


